De week van de waarheid

17 mar 2021
0 Reacties
5 Gemiddelde waardering
2927 Bekijken

Geplaats op:
Aanpassingen:
2 ( Bekijk alle aanpassingen)
Reacties:
0
Gemiddelde waardering:
5 (1 rating)
Bekijken:
2927 keer bekeken
Categorieën:
Analyses
Het is vanuit dat opzicht ook niet gek dat PSV juist in de januari maand veel punten liet liggen

Na een op het oog veelbelovende, maar uiteindelijk teleurstellende januari maand, waarin PSV voornamelijk niet de klappen uitdeelde, maar ze juist moest ontvangen, zou de op z'n minst even zware februari maand de sportieve dromen en perspectieven van PSV in leven moeten houden. Een pijnlijke gelijkmaker in Den Haag, evenals een aantal komische en amateuristische uitglijders in Griekenland, deden echter deze nog enigszins sportieve hoop significant slinken. Een analyse van de twee duels in de door de media bestempelde week van de waarheid, waarin PSV goed speelde, lang mocht hopen, maar uiteindelijk in de dying seconds toch een laatste sportieve strohalm door de vingers ziet glippen. Waarom Schmidt achteraf over bepaalde punten zeker redelijk tevreden zal terugkijken, waar de aanknopingspunten liggen en waarom het seizoen, ondanks sportieve malaise, toch nog niet verloren hoeft te zijn.

De sleutel ligt bij de backs
Gedurende het seizoen gaat het met regelmaat over de backs van PSV die de gehele flank kunnen bestrijken. Met name aankoop Philipp Max valt op met 6 goals en 6 assists, terwijl ook zijn collega Denzel Dumfries het aan de rechterkant met 3 goals en 4 assists niet slecht doet. Maar ook buiten assists en goals hebben de backs een groot aandeel in het creëren van kansen en doelpunten. Het onderstreept het feit dat de backs een belangrijke rol vertegenwoordigen in het systeem van Schmidt en dat de invulling daarvan misschien nog wel belangrijker is dan menigeen denkt. In beide duels (Olympiakos en Ajax thuis) valt dan ook op dat het creëren en vinden van ruimtes in de basis juist voornamelijk begint bij de backs.

Afbeelding (Statische uitdrukking van de betrokkenheid van de backs bij doelpunten, waarbij de linkerplot gebaseerd is op Expected Goals en de rechterplot op daadwerkelijk gescoorde goals. Bron: Tussendelinies en Robin Wilhelmus[1][2])
Schmidt bouwt graag op in een 3+1 diamant achtige structuur, waarbij een van de middenvelders zich laat uitzakken in de laatste linie, terwijl beide backs zichzelf hoger gaan positioneren. Het concept dat een back hoog op het veld positie kiest, waardoor een flankspeler zichzelf meer in de as kan positioneren, is an sich geen hogere wiskunde. Het concept wordt in het moderne voetbal vaak gebruikt en is zelfs op de amateurvelden tot in de lokale kelderklasse vaak nog (onbewust) terug te zien. Wat dit concept onder Schmidt echter vooral anders en tevens interessanter maakt, is niet zozeer de uitvoering/invulling van het concept, maar meer hoe de rest van de poppetjes zich positioneren t.o.v. het concept zelf. Schmidt gaat uit van een 4-2-2-2 systeem, waarbij men in de praktijk met twee spitsen speelt die het centrale duo kunnen binden, terwijl de twee halftienen de mogelijkheid krijgen om elders ruimtes te zoeken en te creëren. Doordat men echter met twee halftienen speelt en daardoor vaak de voorste linie uit 4 personen bestaat, heeft PSV, zodra een van de backs hoog gaat staan, theoretisch gezien een overtal situatie t.o.v. de laatste linie van de tegenstander (over het algemeen bestaat die uit 4 spelers). Het grootste voordeel is dat PSV in de voorste linie één op één kan op spelen, directe tegenstanders kan binden en kan isoleren van het spel en in veel gevallen een overtal situatie kan creëren waarbij het heel makkelijk achterliggende ruimtes en zones kan penetreren.

Afbeelding (Theoretische uitwerking van de overtal situatie t.o.v. de laatste linie van de tegenstander)
Zo ligt er vaak enorm veel ruimte voor een halftien om een diepteloopactie te maken, zodra een back doorstapt op Max of Dumfries, terwijl dat ook vaak het geval is zodra een centrale verdediger doorstapt op de uitgezakte Eran Zahavi of Donyell Malen. Anderzijds biedt het de mogelijkheid voor de aanvallers om heel intuïtief ruimtes te gaan vinden tussen de linies zodra directe tegenstanders het niet aan durven om door te stappen. Daarnaast dwingt het hoog positioneren van de backs de flankspelers van de tegenstander vaak tot het diep laten inzakken op eigen helft. In de wedstrijden tegen Olympiakos en Ajax is het geen raar beeld dat zowel Bruma als Tadic bijvoorbeeld opeens langere tijd de zone van de linksback bespelen tegenover een hoogstaande Dumfries. De backs zijn daarmee de sleutel voor PSV om een tegenstander ver terug te dwingen, rust te bieden in positiespel en om specifieke ruimtes te creëren van waaruit kansen kunnen ontstaan.

(Voorbeelden van hoe het hoog positioneren van de backs leidt tot het terug dringen van de tegenstander en het creëren van overtal situaties en ruimtes.)
(Voorbeeld van hoe het hoog positioneren van Dumfries leidt tot het terug dringen van de tegenstander, het vrij krijgen van Rosario en uiteindelijk zelfs een kansrijke situatie oplevert.)
Diepgang is essentieel
Tegelijkertijd kunnen er vraagtekens gezet worden bij in hoeverre PSV nu ook die ruimtes maximaal benut. PSV speelt in beide wedstrijden niet onaardig, maar vanuit het positiespel weet het vaak niet dergelijke ruimtes te benutten. Enerzijds heeft dat grotendeels te maken met het feit dat zowel Thomas als Dumfries op rechts niet de technische en inzichtelijke eigenschappen bezitten om dergelijke situaties te exploiteren. Over de twee duels cumulatief gezien hebben ze net geen 200 balcontacten op het veld, maar een echte impact weten ze gezien de ruimtes opmerkelijk genoeg niet te maken. Tegen Olympiakos zijn hun de spelers met de meeste unsuccesfull touches, terwijl de hoogst genoteerde passing accuracy, in dit geval door Dumfries, slechts 68% is. In het duel tegen Ajax ligt dat percentage voor Ryan Thomas met 47,8% zelfs schrikbarend laag. (data: whoscored). Anderzijds heeft het onbenut laten van ruimtes ook deels te maken met een ander belangrijk aspect in het huidige moderne voetbal: diepgang.

Voorafgaand aan de wedstrijd tegen Ajax heeft ESPN analist Marciano Vink het over de kwetsbaarheid van Ajax t.o.v. lopende mensen vanuit de door Schmidt getypeerde 'red-zone'. Vink benadrukt aan de hand van een aantal voorbeelden en tegendoelpunten dat Ajax teveel 'bal-watchers' heeft waardoor de ruimtes achter de laatste linie te makkelijk te penetreren zijn door lopende mensen. Uiteindelijk concludeert hij dat PSV in de opstelling tegen Ajax geen lopende mensen bezit om dergelijke ruimtes te exploiteren. Daarmee snijdt Vink twee belangrijke conclusies aan. Allereerst dat lopende mensen, in dit geval in de vorm van diepgang, enorm belangrijk en bovendien in zijn algemeen ook heel lastig te verdedigen zijn. Dit valt misschien nog wel het beste uit te leggen aan het eerdere fragment die gebruikt is om het nut van het hoog positioneren van Dumfries aan te tonen (vorig fragment rond minuut 19). In dat fragment valt namelijk nog iets heel belangrijks op: het vuile loopje van Ryan Thomas in de diepte. De loopactie zelf levert gezien de ruimte niets op, maar de loopactie an sich heeft daarentegen wel degelijk enorm veel invloed op of er uiteindelijk wel of geen progressie met de bal gemaakt kan worden. Het vuile loopje van Thomas in de diepte zorgt er namelijk voor dat de laatste linie van Olympiakos een stuk naar achteren wordt gedwongen, het dwingt de nr. 5 van Olympiakos om de passinglijn en ruimte richting Zahavi dicht te lopen waardoor Rosario vrij komt en het meetrekken van zijn directe tegenstander (de linksback van Olympiakos) zorgt er indirect ook voor dat Dumfries iets meer ruimte en tijd krijgt om een vervolgactie te maken met de bal.

De andere conclusie die Vink meer dan terecht stelt, is het feit dat dit soort vuile loopjes in de diepte, specifiek vanuit de 'red-zone' te vaak ontbreken bij PSV. Daardoor oogt het spel soms wat stroef en statisch, terwijl juist de ruimtes er wel liggen. Met name de terugkeer van Madueke die woensdag weer met de groep heeft meegetraind zal vanuit dat perspectief voor Schmidt een enorme opluchting zijn, terwijl de Duitse oefenmeester ongetwijfeld ook zal hopen op een spoedig herstel van Cody Gakpo. Beide spelers kunnen met hun explosiviteit, directheid en gevoel voor ruimte en diepgang toch net wat andere smaakjes bieden vanuit die halftien posities, terwijl zij ook over de technische capaciteiten, scorend vermogen en assists beschikken om het verschil te kunnen maken.

(Voorbeeld van hoe ruimtes in de laatste linie niet gepenetreerd worden door in dit geval Thomas, waardoor stroef spel en zelfs balverlies ontstaat)
(Voorbeeld van hoe het verzorgen van diepgang gevaar kan opleveren. Teze geeft de pass echter niet.)
Experiment Boscagli
Sinds het vertrek van middenvelders Andres Guardado en Davy Pröpper in de zomer van 17/18 staat de invulling van het middenveld bij PSV eigenlijk altijd ter discussie. Te weinig flair, te weinig techniek, te lage handelingssnelheid en een aantal lastig te definiëren termen als "te weinig voetbal" en "te weinig creativiteit" zijn vaak de key woorden in deze discussies. Ook dit jaar is dat eigenlijk niet anders met de invulling door het duo Sangare-Rosario. Wat vooral opvalt: het gaat altijd over de kwaliteiten met bal en niet zonder. Enerzijds typeert dat een beetje de vastgeroeste dogmatische blik van de Nederlandse voetbalcultuur waarin zogenaamd specifieke kwaliteiten/spelerstype per se essentieel zijn voor een specifieke positie. Anderzijds typeert het ook het feit dat heel veel mensen, kenners en journalisten hoogstwaarschijnlijk ook eigenlijk geen flauw idee hebben wat de ideologie van pressingcoaches zoals Schmidt nou precies inhoudt. Schmidt zijn uitgangspunten zijn primair gebaseerd op pressing en spel zonder bal, twee facetten die in Nederland enorm ondergewaardeerd zijn en waar in onze eigen voetbalcultuur eigenlijk nauwelijks aandacht voor is. Schmidt zoekt voor die positie dan ook primair kwaliteiten die te maken hebben met kracht, loopvermogen en defensieve kwaliteiten, zoals inzicht (vanuit defensief perspectief) en timing wat moet leiden tot intercepties en recoveries. Vanuit dat perspectief is het dan ook meer dan logisch dat Schmidt kiest voor Rosario en Sangare en dat bijvoorbeeld Gutierrez en/of Adrian Fein, een speler die in de Nederlandse media op basis van één wedstrijd vaak nogal bewierookt is, gepasseerd worden. Schmidt verwacht niet dat zijn controleurs duo een scala aan kansen creëert met bal. Integendeel zelfs, zijn tactiek is er juist op ingesteld dat intercepties van hun twee leidt tot omschakelingsmomenten waaruit grote kansen kunnen ontstaan. Met 11,39 recoveries per 90 min waarvan 47,4% op helft tegenstander (Rosario) en 12,97 recoveries per 90 min waarvan 38,5% op de helft tegenstander (Sangare) kan er niet aan betwist worden dat zij hierin wel degelijk een belangrijke rol vertolken. Ter vergelijking, Fredrik Midtsjø van AZ zit op 8,26 recoveries per 90 min waarvan 50,4% op de helft tegenstander (data: plattekar)[3].

Het feit is bovendien ook dat het duo Rosario - Sangare niet zo slecht is als dat men vaak doet blijken. Belangrijkste punt hierin: vanuit welk perspectief bekijk je het? In het systeem van Schmidt hebben Sangare en Rosario in possessiespel voornamelijk het doel om de bal te distribueren richting spelers die dat vervolgens kunnen vertalen richting grote kansen en doelpunten. Daarin zit misschien wel een essentieel verschil met onze eigen Nederlandse denkwijze waarin we verwachten dat dergelijke spelers juist de capaciteiten hebben om vanuit die positie al kansen te creëren. Het verklaart het e.e.a. waarom men het beeld heeft dat Sangare en Rosario voetballend zo enorm matig zijn en alhoewel ze evidenterwijs niet de meest gepolijste of technisch verfijnde spelers zijn, zijn ze aan de bal niet eens zo heel matig als dat men klaarblijkelijk denkt. Echter zijn ze daarin wel nogal afhankelijk van hun afspeelmogelijkheden. In een VI pro artikel n.a.v. de eerste leg tegen Olympiakos (4-2 verloren) typeerde VI analist Pieter Zwart dat nogal treffend:

"Rosario en Sangaré zijn aan de bal zo goed of slecht als hun medespelers hen maken. Zij zijn inderdaad niet de voetballers met de briljante openingen of ingevingen, dus moeten ze opties hebben. Wanneer dat het geval is zoals bij de twee doelpunten, dan zijn ze zeer nuttige teamspelers. Is dat niet het geval, dan komen Rosario en Sangaré in de problemen. Daarom is de rentree van Götze juist voor hen belangrijk. Met hem op het veld komt er minder creatieve druk bij het duo voor de defensie te liggen." [4]

Afbeelding (Plot waarin het aandeel progressive passes t.o.v. passes per 90 min van een speler is uitgezet. Sangare en Rosario blijken daarin opvallend goed te scoren.)[5]
(Voorbeelden van distributie en progressive passes van het duo Rosario-Sangare in de wedstrijd tegen ADO uit)
Afbeelding (Platte point systeem van Rosario en Sangare waarin hun data is uitgezet tegen een gemiddelde van spelers op een vergelijkbare positie in de Eredivisie)[6]
Hoewel de kritiek op Rosario en Sangare vaak als onterecht bestempeld kan worden, zeker vanuit de oogpunten van Schmidt, schuilt er in de kern van de kritieken natuurlijk ergens wel een belangrijk punt. Het duo Rosario - Sangare is zoals gezegd technisch gezien aan de bal niet zo slecht als men vaak doet schetsen, maar ze zijn daarentegen ook weer niet zo extreem goed, zoals bijvoorbeeld Ryan Gravenberch, Teun Koopmeiners, Fredrik Midtsjø en Joey Veerman. Alhoewel Schmidt hun primair gezien dus vooral om andere kwaliteiten zal opstellen, heeft PSV met gemiddeld 55,8% balbezit toch regelmatig te dealen met het feit dat zij het spel moeten gaan maken en dat zodra er in dat opzicht meer verwacht wordt van hun, ze vaak die capaciteiten niet hebben. Bovendien, beide spelers zijn in de technische uitvoering nog lang niet altijd even consistent binnen wedstrijden. Vanuit dat opzicht was het misschien ook wel een beetje opwinding en nieuwsgierigheid dat de overhand nam toen bleek dat Olivier Boscagli centraal op het middenveld kwam te spelen in de allesbeslissende return tegen Olympiakos. Wie vorig jaar nog had gezegd dat Boscagli dit seizoen de meest betrouwbare en consistente speler van dit PSV zou zijn, had je waarschijnlijk keihard uitgelachen en vervolgens hoogstwaarschijnlijk geadviseerd om dringend eens met een dokter te gaan praten. Niets is echter minder waar. Zo valt Boscagli dit seizoen enorm op door zijn sterke passing, terwijl hij qua intercepties het klassement aanvoert in de Eredivisie met een aantal van 70 intercepties in 21 wedstrijden.

Afbeelding (Plot met percentage progressive passes uitgezet tegen de passes per 90 min onder centrale verdedigers (bron: footy metrics) en een tabel van het klassement met de meeste intercepties in de Eredivisie totaal (bron: fbref) [7][8]
In de wedstrijden tegen met name Olympiakos onderstreept hij dat eerste met een aantal fantastische verfijnde passes die zijn technische klasse laten zien. Boscagli heeft het inzicht en de technische capaciteiten om verfijnde steek- en crosspasses tot op de millimeter nauwkeurig te geven. Tegen Olympiakos is Boscagli dan ook de persoon met de meeste passes van PSV met bovendien 10 v/d 16 accurate longballs, terwijl hij in beide duels na rechtsback Dumfries de PSV'er is met de meeste progressive passes [9][10]. Daarin zit wellicht ook wel het grootste verschil met het duo Sangare - Rosario. Zij beschikken niet over zulke verfijnde technische capaciteiten evenals technische consistentie m.b.t. de uitvoering.

Aan de andere kant, en dat klinkt voor sommige wellicht een beetje opmerkelijk, toont Boscagli met zijn performance ook aan waarom Schmidt halsstarrig aan het duo Sangare - Rosario vasthoudt dit seizoen. Zoals eerder gezegd zullen het in eerste instantie de kwaliteiten zonder bal zijn die voor Schmidt de doorslag zullen geven en niet de kwaliteiten met de bal. Hoewel het na zijn performance tegen Olympiakos dan ook voornamelijk over zijn verfijnde passing gaat, levert Boscagli zonder bal wellicht nog wel een betere performance af. Op basis van inzicht maakt hij vaak de juiste keuzes in welke situaties hij moet doordekken in de pressing, wanneer hij juist de balans/organisatie moet bewaren en welke ruimtes hij moet bespelen t.o.v. de bal en zijn medespelers. Schmidt gaat uit van een bal georiënteerde zone dekking, waarbij de structuur in het pressen en de organisatie behouden diep op eigen helft voornamelijk afhankelijk zijn van de bal en het bespelen van de zones daarom heen, aspecten waarin voornamelijk kwaliteiten als inzicht doorslaggevend zullen zijn. Dat lijkt de speler Boscagli op het lijf geschreven te staan en op basis daarvan zal Schmidt dan ook niet geheel ontevreden terugkijken naar zijn spel in beide wedstrijden. Dat maakt het experiment Boscagli uiteraard nog niet geslaagd noch direct een valide optie voor het middenveld, maar het biedt uiteraard wel perspectief om dat de komende wedstrijden en trainingen eens nader te onderzoeken.

(Verfijnde passing van Boscagli)
(Positioneren Boscagli in de pressing en zone dekking fragment 1)
(Positioneren Boscagli in de pressing en zone dekking fragment 2)
Afbeelding (Data Rosario en Boscagli n.a.v. de wedstrijden tegen Olympiakos en Ajax (bron: Whoscored en footballcritic) [11][12]
Details zijn beslissend
"Het gaat erom of je het blok zo bij elkaar kan houden, wij trainers spreken altijd van blokken. Maar als een paar man achteruit gaan denken en de rest gaat naar voren denken, dan moet je zulke grote afstanden afleggen, dat kun je niet 90 minuten volhouden". [13] Het is een citaat van Guus Hiddink in de Voetbal International live show van vorige week die op een theoretische manier beschrijft hoe in dit geval een collectieve structuur zonder bal werkt. Vanuit Schmidt zijn spelopvattingen ligt dit in de praktijk echter vaak iets gecompliceerder. Zoals eerder benoemd gaat Schmidt niet uit van een mandekking (tegenstander als oriëntatiepunt), maar van een geavanceerdere vorm van zonedekking waarbij de bal en de zones daaromheen centraal staan. Gezien het feit dat organisatorische structuren en uitvoering van spelprincipes in de praktijk vaak veel variabeler en dynamischer zijn, brengt dat uitdagingen met zich mee. Vanuit theoretisch perspectief valt dit misschien nog wel het beste te bevatten d.m.v. een simpele vergelijking. Een bepaalde hoeveelheid volume olie wordt aangebracht op een glasplaat. Zodra je de glasplaat (het veld) optilt en kantelt onder een bepaalde hoek, zal de substantie olie (teamstructuur zonder bal) een bepaalde richting op bewegen. Zodra echter een bepaald deel van het oppervlak sneller beweegt en zichzelf sneller uitspreidt t.o.v. andere delen, zullen er, gezien het feit dat de hoeveelheid volume constant is, gaten (ruimtes op het veld) ontstaan in het totale oppervlak. Simpel vertaald wordt het oppervlak te groot om in zijn geheel te kunnen bedekken met een dergelijk volume olie. Deze metafoor geldt in de praktijk op het veld natuurlijk ook. Het meest simpele voorbeeld is datgene wat Guus Hiddink in zijn citaat schetst: de achterste linie gaat naar achteren lopen en de voorste linie gaat naar voren lopen met als eindresultaat dat de ruimtes te groot worden. In gecompliceerdere gevallen, in dit geval in de context van de speelwijze van PSV/Schmidt, houdt dit bijvoorbeeld in dat spelers moeten kantelen, dat backs in bepaalde situaties moeten doorstappen, dat een van de controleurs vaak moet uitstappen, dat de halftienen de ruimtes moeten knijpen, dat centrale verdedigers moeten doordekken, etc. Vaak correleren deze aspecten bovendien nauw met elkaar, hetgeen wat het nog een stuk complexer maakt (doorstappen controleur leidt tot knijpen halftien, etc.). In het trainersjargon wordt dit ook wel staggering genoemd. Het houdt in dat, afhankelijk van de structuur van de tegenstander en de locatie van de bal op dat moment, de eigen structuur zonder bal van een ploeg kan variëren, waarbij het behouden van onderlinge afstanden en het afschermen van passinglijnen en specifieke zones gewaarborgd blijven.

Afbeelding (Voorbeeld van staggering, waarbij in dit geval de oorspronkelijke 4-2-2-2/4-4-2 structuur amper meer te herkennen is, maar PSV t.o.v. de situatie en de bal wel goed gepositioneerd staat.)
Het klinkt allemaal vrij vanzelfsprekend, maar het belang en tevens de complexiteit hiervan valt misschien nog wel het best uit te leggen aan de hand van een voorbeeld uit de wedstrijd tegen Olympiakos. In onderstaande situatie wilt PSV hoog op het veld pressie uitvoeren en daarbij of een fout van de tegenstander afdwingen of een lange bal om snel balbezit te veroveren. PSV lijkt op het oog goed te staan in de positionering, maar uiteindelijk zijn het twee kleine details die PSV de das omdraaien. Allereerst is de afstand tussen Rosario en Zahavi te groot. In hoeverre Rosario daar iets op aan te rekenen valt, is lastig te concluderen gezien het feit dat het shot jammer genoeg slechts een klein deel van het veld representeert (en niet wat er in de rug van Rosario gebeurd). Het tweede en in dit geval allesbeslissende detail is dat Thomas de ruimte te weinig knijpt en te gretig lijkt door te stappen op de linksback van Olympiakos. Hierdoor wordt de ruimte tussen de ruit Götze, Zahavi, Thomas en Rosario te groot, waarbij uiteindelijk controleur Yann M'Vila vrij kan komen in de ruimte daartussen. Doordat de afstand tussen Zahavi en Rosario te groot is, is Rosario ook te laat met uitstappen. Het is een voorbeeld van de zogenaamde details, in dit geval slechts het verschil tussen een meter naar links of naar rechts, die erg doorslaggevend kunnen zijn. Gedurende het seizoen kampt PSV hier al vaker mee en het is grotendeels de reden waarom de pressing van PSV nog niet altijd even effectief is. In heel veel wedstrijden, waaronder in vrijwel alle toppers, laat PSV de intenties wel degelijk zien, maar strookt het uiteindelijk in de uitvoering.

(Voorbeeld van hoe een klein detail het verschil maakt in de pressing)
Tegen Olympiakos en met name tegen Ajax laat PSV echter zien dat het op dit vlak wel degelijk stappen lijkt te hebben gezet t.o.v. eerdere wedstrijden, in dit geval specifiek in vergelijking met de eerdere toppers. In beide wedstrijden uit in de Arena heeft PSV het gedurende grote fases enorm lastig. Men weet niet voldoende druk te bieden op de bal, evenals het moeite heeft met adequaat het centrum af te schermen. Het contrast tussen die twee wedstrijden t.o.v. de wedstrijd tegen Ajax in het Philips Stadion kan dan ook niet groter. Het is linksback Daley Blind die meer dan elke andere speler op veld het vaakst balbezit heeft verloren, terwijl rechter centrale verdediger Jurrien Timber hem volgt op een derde plek. Bovendien weet PSV maar liefst 10x vaker een lange bal af te dwingen door een van de spelers in de laatste linie t.o.v. de eerste topper in de Arena uit in januari (bron: whoscored en footbalcritic). Een belangrijke speler hierin is Mario Götze. Met zijn ervaring onder wereldtrainers als Klöpp en Guardiola i.c.m. met zijn inzicht en klasse, begrijpt hij als geen ander wanneer hij de ruimtes moet knijpen, wanneer hij moet doorstappen om te pressen en wanneer hij de organisatie en balans moet bewaken. In situaties waarin bijvoorbeeld Boscagli of Rosario noodgedwongen moeten uitstappen, herkent hij de momenten om hun zones over te nemen, terwijl hij ook altijd achterin aanwezig is om linksback Philipp Max ondersteuning en rugdekking te bieden. Bovendien is hij bij balverlies een aanjager in het gegenpressen. Zowel aan als zonder bal is hij dan ook een van de leidende spelers voor dit PSV en dat onderstreept hij met de meeste tackles van alle aanvallers tegen zowel Ajax als Olympiakos, terwijl hij tegen Olympiakos ook nog eens de meeste recoveries en interceptions heeft van alle aanvallers. Mario Götze laat met zijn inzicht dan ook precies zien dergelijke details te herkennen en het is daardoor ook geen wonder dat PSV met name in het duel tegen Ajax gedurende een hele grote fase de boel lijkt te controleren. Bovendien bevestigt Götze ook het feit dat inzicht de sleutel is tot een efficiëntere verdeling en gebruik van energie m.b.t. het pressen.

(De klasse van Mario Götze in defensief opzicht: ruimtes knijpen, zones overnemen, balans bewaken, gegenpressen en vuile meters maken.)
Het systeem van Schmidt kost namelijk veel energie waarbij met name intensiteit de beslissende factor is. Het trekken van korte explosieve sprintjes, genaamd high intensity runs zijn daarbij cruciaal. Het punt is alleen dat dat niet 90 min lang vol te houden is. Dat heeft het huidige seizoen wel aangetoond, ondanks een zwaar en fysiek veel eisend programma. Enerzijds kan je dit middelen met fases van rust aan de bal. Met name de ervaren spelers Viergever, Götze en Zahavi lijken op dat vlak rust te kunnen bieden in de ploeg. Anderzijds betekend het dat je je momenten adequaat moet kiezen om te kunnen pressen. Andermaal zijn details daarbij beslissend. Dit valt wellicht nog wel het beste te illustreren aan de hand van het eerste voorbeeld waarbij Thomas de ruimte niet genoeg kneep en de afstand tussen Zahavi en Rosario te groot is. Nu ontstond er een situatie waarbij controleur Yann M'Vila vrij kon komen, Olympiakos onder de druk uit kon voetballen en een hoop spelers van PSV een aantal intensieve sprintjes moeten trekken om druk op de bal te kunnen bieden en balbezit terug te veroveren. Indien Thomas wel genoeg de ruimte had geknepen, was of hoogstwaarschijnlijk een lange bal afgedwongen of een pass op de linksback waarna PSV adequaat kan kantelen (men staat al redelijk compact daar) en balverlies of andermaal een lange bal kan afdwingen. Dat gehele proces had hoogstwaarschijnlijk veel minder energie gekost, hetgeen wat op langere termijn de intensiteit en conditie kan waarborgen gedurende een wedstrijd. PSV is vanuit dat opzicht ook grotendeels vaak zelf onbewust schuld aan het feit dat veel spelers opgebrand zijn en/of de intensiteit niet meer op de mat kunnen leggen. Dat heeft niet te maken met het feit dat de intenties van Schmidt niet realistisch/haalbaar zijn, maar meer met het gegeven dat de uitvoering vaak nog verre van perfect is.

Een ander voorbeeld hierin is het positioneren van de laatste linie. Zoals Hiddink in de Voetbal International live show zei, is het belangrijk om onderlinge afstanden te kunnen waarborgen. Anders ontstaan er te grote afstanden en gaan spelers zichzelf kapot lopen. Tegen Olympiakos valt dit o.a. goed op in de 2e helft, waarbij de gevolgen uiteindelijk er indirect voor zorgen dat niet de Eindhovenaren, maar de Grieken een ronde verder bekeren. Daar waar de aanvallers vaak druk op de bal willen zitten, zodra die mogelijkheid er lijkt te zijn, vervalt de laatste linie juist meer en meer in oude patronen, waarbij het steeds vaker naar achteren begint te lopen. Het is de metafoor van de olievlek en de glasplaat letterlijk in de praktijk waarbij tussen de linies enorm grote afstanden en gaten ontstaan die voor PSV niet meer te belopen zijn. Een karakteriserend moment daarvoor is rond de 83e minuut. Götze en Zahavi herkennen een situatie waarin het heel makkelijk is om druk te leveren op de bal en de tegenstander, maar de laatste linie van PSV is al zover teruggeplooid dat noch linksback Philipp Max noch Boscagli of Rosario kunnen doorstappen om de ruimtes compact te houden. Het gevolg is dat rechtsback Kenny Lala enorm makkelijk onder de druk uit kan dribbelen en de aanvallers vervolgens enorm grote afstanden moeten overbruggen om de laatste linie en het controleurs duo te kunnen ondersteunen. PSV krijgt in die fase totaal geen grip meer en het legt misschien wel letterlijk de rode loper uit voor Olympiakos om een beslissende dreun uit te delen. Het is an sich dan ook niet gek dat zowel Ryan Thomas als Boscagli bij het tegendoelpunt, spelers die op dat moment al drie longen lijken te hebben verbruikt, het totaal niet meer kunnen belopen om een eventuele voorzet eruit te halen. Vanuit dat perspectief zal Roger Schmidt ook met name tevreden terug kijken naar de wedstrijd tegen Ajax. Op het oog lijkt het namelijk wellicht vrij raar dat dezelfde elf, twee dagen nadat de ploeg tegen Olympiakos totaal opgebrand lijkt te zijn, in een intensieve PSV-Ajax het wel 90 minuten lang lijken vol te houden, maar kijkend naar het spelbeeld waarin PSV wel heel lang met een hoge lijn verdedigd en men juist laat zien dit soort details beter te begrijpen (doorstappen backs, knijpen ruimtes halftien, etc.), is het wellicht nog niet zo onverklaarbaar als het lijkt.

Afbeelding (Te grote ruimtes op het veld leidt tot conditionele problemen voor PSV)
(Verschil tussen wel en geen intensiteit op de bal)
Hoe nu verder en waarom het seizoen nog niet verloren is
Schmidt zal waarschijnlijk met een tevreden blik terugkijken naar de wedstrijden tegen Olympiakos en met name Ajax, alhoewel hij ongetwijfeld ook zal zien dat er nog veel werk aan de winkel is. PSV lijkt in beide wedstrijden de betere ploeg, maar weet in beide wedstrijden niet de beslissende klap uit te delen, terwijl de momenten er wel degelijk lagen. Bovendien scoort men drie keer in beide wedstrijden, maar vallen alle drie de goals uit de vorm van een standaardsituatie. Men komt in beide wedstrijden niet tot grote kansen, terwijl de ruimtes er vaak wel liggen. [9][10] Dat zal Schmidt toch ook enigszins zorgen baren en dat zal ook het experiment Boscagli wellicht wel in een iets ander daglicht plaatsen. Zo blijkt in de wedstrijd tegen Olympiakos dat men zijn passes en openingen voorin niet kan vertalen tot grote kansen. Dat onderstreept natuurlijk niets aan het feit dat een technisch betere en consistentere speler als Boscagli wellicht wel nodig is op die positie, maar het zet wel enigszins tot denken of het probleem niet breder getrokken moet worden, o.a. bij de rol en invulling van de halftienen en backs. Bovendien blijft het de vraag of Boscagli met zijn spelersprofiel wellicht niet beter tot uiting komt als centrale verdediger. Tegen Ajax valt op dat hij vaak onder druk gezet wordt en dat het schaduwen van hem een simpele oplossing is om zijn angel uit spel te halen. Als centrale verdediger heeft hij hier minder last van en bovendien heeft hij vaak meer ruimte.

Tegelijkertijd laat zijn tijdelijk verschuiving naar de controleurspositie en daarmee de terugkomst van Nick Viergever centraal achterin zien dat aspecten als ervaren- en betrouwbaarheid enorm belangrijk zijn. Het typeert het feit dat lang niet alle puzzelstukjes al op de juiste plek liggen noch geïdentificeerd zijn en dat is voor PSV ook de voornaamste reden waarom dit seizoen nog niet verloren is. Tot en met de wedstrijd tegen Ajax had PSV gemiddeld 2.67 rustdagen tussen wedstrijden zitten, interland break niet meegerekend. Het karakteriseert het zware programma, maar ook het feit waarom bepaalde structuren en details nog niet 90 min lang vol te houden zijn. In de komende weken hoeft men niet meer te denken aan herstel en spelers enkel fit te houden, maar liggen er nu eindelijk mogelijkheden om gedurende een langere periode goed te kunnen trainen. Het is vanuit dat opzicht ook niet gek dat PSV juist in de januari maand veel punten liet liggen, gezien het feit dat men tegen betere tegenstanders kwam te spelen, en het is vanuit dat opzicht ook heel belangrijk dat de komende periode goed besteed wordt. Want ondanks de sportieve malaise, is het seizoen vanuit dat opzicht nog niet verloren. De grootste winst die PSV momenteel nog kan behalen, is het door ontwikkelen en het identificeren van de ontbrekende puzzelstukjes. Krijgt het dat voor elkaar, dan heeft het mogelijk komend seizoen een goede basis om het Ajax een stuk lastiger te maken en mogelijk zelfs prijzen te pakken.

Wedstrijd vs Fortuna Sittard
Helaas door eigen tijd en studie had ik het stuk niet zo snel af als dat ik wou hebben. Desalniettemin blijft het natuurlijk nog steeds relevant. Zo ontstaat de 0-1 doordat linksback George Cox doordekt op de in de as uitgezakte Yorbe Vertessen, terwijl Eran Zahavi beide centrale verdedigers bindt. Bovendien ontstaat de goal vanuit een diepte loopactie van Denzel Dumfries in de halfspace achter de laatste linie, de zone die vrijkomt te liggen door het uitstappen van George Cox.

Afbeelding

En ook bij de 0-2 is het bijvoorbeeld Götze die met zijn druk op de bal beslissend is om balverlies af te dwingen, terwijl in de omschakeling de overtal situatie van PSV t.o.v. de laatste linie van Fortuna, zodra Max mee op komt, duidelijk zichtbaar is. Bovendien is het Eran Zahavi die de bal binnen loopt vanuit een loopactie die start in de red-zone, waarbij hij vogelvrij komt te staan, doordat de centrale verdediger Martin Angha enkel oog heeft voor de bal.

Afbeelding


Bronnen en speciale vermeldingen
Allereerst bedankt Grasmat weer voor het maken van een fantastische banner. En daarnaast Plattekar voor het maken van een platte point systeem!

[1] https://twitter.com/RobinWilhelmus/stat ... 56448?s=20
[2] https://twitter.com/Tussendelinies/stat ... 54656?s=20
[3] https://twitter.com/Plattekar/status/13 ... 98915?s=20
[4] https://www.vi.nl/pro/analyse/de-twee-g ... im-sangare
[5] https://twitter.com/sebestyendaniel/sta ... 15648?s=20
[6] https://twitter.com/Plattekar/status/13 ... 93664?s=20
[7] https://twitter.com/Footy_metrics/statu ... 02117?s=20
[8] https://fbref.com/en/comps/23/Dutch-Eredivisie-Stats
[9] https://twitter.com/RobinWilhelmus/stat ... 10020?s=20
[10] https://twitter.com/RobinWilhelmus/stat ... 67776?s=20
[11] https://www.whoscored.com/Teams/129/Sho ... -Eindhoven
[12] https://www.footballcritic.com/psv/squad/862
[13] https://youtu.be/h0N9Kr44aAk?t=2085

Wie is er online

In totaal zijn er 10 gebruikers online :: 0 geregistreerd, 3 verborgen en 7 gasten

Het grootste aantal gebruikers online was 238 op 18 feb 2021, 19:49

Geregistreerde gebruikers: Geen geregistreerde gebruikers

Statistieken

Aantal berichten 71259 • Aantal onderwerpen 309 • Aantal leden 623 • Ons nieuwste lid is Rikkert1234